Mineralen

Mineralen zijn kleine stoffen die voorkomen in onze voeding. Het lichaam kan deze stoffen zelf niet aanmaken. Maar mineralen zijn net als vitaminen, onmisbaar voor ons lichaam. Mineralen zorgen voor de groei en ontwikkeling. Voor sommige mineralen is de opname moeilijk in ons lichaam. Sommige vitaminen bieden hier een uitkomst. Lees meer wat mineralen allemaal voor je doen!

 

Calcium

Calcium heb je nodig voor je botten en tanden. Het zorgt voor een goede opbouw en stevigheid. Verder zorgt calcium voor een goede prikkeloverdracht van spieren en zenuwen. Ook is calcium betrokken bij de bloedstolling, het groeien van cellen en de hormoonstofwisseling. Calcium is dus heel belangrijk voor ons lichaam. We hebben er dus veel van nodig, zo’n 1200 mg per dag. Het lichaam vind het wel lastig om calcium op te nemen. Het heeft daarvoor vitamine D nodig. Vitamine D zorgt ervoor dat calcium makkelijker wordt opgenomen in de darm. Door ook veel te bewegen, kun je voorkomen dat calcium wordt afgebroken.

Calcium zit vooral in zuivelproducten. Het komt ook voor in brood, peulvruchten, groenten en aardappelen.

Aardappelen.

© Pixabay

Chloor

Chloor is een mineraal dat zich bindt aan natrium. Je krijgt dit dus binnen met keukenzout. Chloor is samen met natrium en kalium verantwoordelijk voor de vochthuishouding. Hoe meer je hiervan binnen krijgt hoe hoger het volume in je bloed aan vocht, waardoor je bloeddruk gaat stijgen. Chloor komt ook voor in de maag.

Chloor komt voor in alle voedingsmiddelen waar keukenzout aan toegevoegd is.

Chroom

Chroom heeft een rol in de instandhouding van de bloedsuikerspiegel. Hoe dat precies werkt is nog onduidelijk. Hier wordt nog steeds onderzoek naar verricht.

Chroom komt voor in groenten, fruit en volkoren producten. Door vitamine C wordt chroom beter in het lichaam opgenomen.

Heerlijke salade.

© Pixabay

Fluoride

Fluoride is goed voor botten en tanden. Het maakt de botten harder en zorgt voor de glazuurlaag van je tanden. Fluoride is gebonden aan calcium of natrium. Hierdoor komt het in bijna alle voedingsmiddelen voor. Voor een sterk glazuur van je tanden is het verstandig om met een fluoride tandpasta te poetsen.

Fosfor

Fosfor is belangrijk voor sterke botten en tanden. Daarnaast is fosfor belangrijk voor de energiestofwisseling en komt het voor in ons DNA.

Fosfor komt voor in zuivelproducten, vis, vlees, peulvruchten en volkorenproducten. Een tekort aan fosfor komt nauwelijks voor.

IJzer

IJzer zorgt voor de productie en binding aan de rode bloedcellen. Het zorgt voor een hoger hemoglobine gehalte. Dit is nodig voor het transport van zuurstof door het lichaam. Daarnaast is ijzer belangrijk voor de stofwisseling en de energievoorziening.

IJzer komt voor in vlees en in plantaardige producten als groenten, brood en aardappelen. Vitamine C zorgt voor een betere opname van ijzer.

Rood vlees.

© Pixabay

Jodium

Jodium is belangrijk voor de productie van het schildklierhormoon. Doordat het aan bakkerszout is toegevoegd en ook aan veel tafelzout, komt een tekort aan jodium niet veel meer voor. Jodium komt voor in zeewier, vis en eieren.

Vis.

© Pixabay

Kalium

Kalium is belangrijk in ons lichaam. Het zorgt voor de prikkeloverdracht in cellen en spierweefsels. Het zorgt voor de handhaving van de vochtbalans en zo indirect voor de bloeddruk.

Kalium komt voor in bijna alle voedingsmiddelen, maar voornamelijk in brood, groenten, aardappelen, vlees en zuivelproducten.

Meloen met parmaham.

© Pixabay

Koper

Koper zorgt voor het aanmaken van pigment in de huid en in het haar. Het is belangrijk voor de vorming van bot- en bindweefsel en voor onze weerstand. Het zit in fruit, groenten, aardappelen en graanproducten.

Magnesium

Voor het ontspannen van de spiercellen is magnesium nodig. Het speelt een rol in de prikkeloverdracht van spiercellen. Daarnaast is het nodig voor de opbouw van spieren en zorgt het voor stevige botten.

Magnesium komt voor in zuivelproducten, graanproducten, vlees en groenten.

Heerlijke yoghurt.

© Pixabay

Mangaan

Mangaan is nodig voor de opbouw van botten en zorgt het voor een bescherming van onze cellen. Het komt voor in volkorenproducten en groenten en fruit.

Molybdeen

Molybdeen is nodig voor de stofwisseling om eiwitten op te bouwen en af te breken. Het komt voor in peulvruchten, granen en noten.

Natrium

Natrium komt voor in natriumchloride verbindingen in keukenzout. Het is verantwoordelijk voor de vochthuishouding en hiermee het regelen van de bloeddruk. Daarnaast zorgt natrium voor de prikkelgeleiding van zenuw en spiercellen.

Natrium komt in bijna alle voedingsmiddelen voor.

Seleen

Seleen zorgt voor de bescherming van cellen en rode bloedlichaampjes. Het draagt bij aan een goede weerstand. Ook zorgt seleen voor de aanmaak van zaadcellen. Bij onderzoek naar prostaatkanker lijkt seleen een preventief effect te hebben op het ontstaan hiervan.

Seleen komt in bijna alle voedingsmiddelen voor.

 

Kipgerecht.

© Pixabay

Zink

Zink is belangrijk voor de stofwisseling, voor de opbouw en afbraak van koolhydraten. Het zorgt voor de opbouw van weefsel, botten en haren. Daarnaast is het belangrijk voor ons immuunsysteem.

Zink komt voor in vlees, zuivel, vis, peulvruchten en bruin brood.

Wil je meer weten over mineralen? Kijk dan eens bij het voedingscentrum of vitamine-info.

%d bloggers liken dit: